Schrijver, zie Wikipedia. En hier.

Table of Contents
MAKASSAR
Maandag 14 mei
Ontmoette vanmorgen Leonhard Huizinga, de oudste zoon van de professor. Hij zwerft hier rond als correspondent voor verschillende bladen en ziet de wereld. Een bestaan te mooi om waar te zijn, zegt hij zelf. Het is een aardige kerel en ‘we do hit it off very well indeed.’ Eerst voelde hij wat voor het copra-schip de Sentani, maar nu gaat hij maar met mij mee. We zullen morgen beginnen met eerst nog even langs de kust te gaan en daar nog verschillende dingen te regelen. Voor hem is dat ook een mooie trip. Op kantoor dus allerlei drukte en nog steeds het gewriemel en gewroet van de rondreizigers. Het is te veel en ik ben oh zo blij dat ik er niet in zit. In de avond even naar Hamzah geweest om een paar dingen te bepraten en vroeg naar bed.
DE MANDAR-KUST
Dinsdag 14 mei
Huizinga is een gezellig reisgenoot, een levendige kerel die voor alles belangstelling heeft. (…)
Het stuk tot Pare Pare heeft hij al eerder gereden, maar het is alweer anders voor hem. (…) Bij de pont over de Sadang weer even in de warong gezeten en koffie gedronken. De drukte en het lawaai van de mensen die die pont bedienen is steeds grappig om te zien en later laat Huizinga me een klein stukje zien dat hij over de pont schreef. (…)
Dan gaan we door. Via Polewali naar Mapili-Sidodadi, de Javanen-kolonie en praten wat met de Assisent Wedono. Huizinga zit er maar kalm bij als we besprekingen voeren over de copra en daarna wordt soms ook nog over wat anders gepraat. Hier op Mapili, waar geen copra is, praten we over de kolonisatie en dat interesseert Huizinga ook geweldig. (…)
We blijven niet erg lang [bij een oogstfeest], wandelen dan weer door de maannacht naar huis. Het is mooi hier in deze hoek, die feitelijk een van de kampongs is op de kolonisatie. Ook hier is alles wel meestal rechtlijnig, waar Huizinga zo’n hekel aan heeft. “Waarom niet wat meer speelsheid in zo’n aanleg met gebogen laantjes enz.?” Maar hier op dit stuk, dat nu al vrij lang in gebruik is, zijn al wat meer bomen en struiken die het gezellig maken. De dag is voldoende lang geweest, we gaan naar bed.
Woensdag 15 mei
Tegen de middag zijn we in Madjene, hebben nu behoorlijk tijd voor een middagmaal dat weer als overal hierbuiten uit een goede rijsttafel bestaat. Daarna ga ik mijn mensen in Madjene bezoeken en Huizinga wandelt in zijn eentje wat rond. Als ik in de namiddag terugkom vertelt hij me hoe mooi de wandeling was, beneden onder langs het strandje, langs de kampongs enz. (…)
Bidin de inheemse bestuursman, is vanavond mijn gast. Maurenbrecher is er niet. Na het eten zitten we te praten. Eerst over algemene dingen die ook Huizinga interesseren, maar als de buitenlucht – waarvan hij vandaag weer ruim zijn deel kreeg – hem te moe maakt en naar bed jaagt, gaan wij verder over onze copra-problemen.
Donderdag 16 mei
Vandaag gingen we naar Mamoedjoe. Huizinga liet me een stukje zien over de kolonisatie. Het zijn telkens hele kleine korte schetsjes met weinig inhoud, maar die toch een aardig beeld geven. Ik zie ze graag. De tocht is schitterend. Huizinga vond de passanggrahan van Madjene zo mooi dat hij dacht daar te blijven om te schrijven en maar niet mee te gaan naar Mamoedjoe, maar hij geeft me gelijk dat ik hem daarvan terughield. (…)
Om een uur of twee zijn we in Mamoedjoe, na een mooie tocht door de bergen. Mooi weer en uit de jeep zie je zo ver, geen begrenzing van wat dan ook; de bomen boven – en om je en de verte en ook de mensen die aan de wegkant staan, je bent er vlakbij. Veel mooier dan in een prachtige gesloten wagen. Nee, geef mij maar een jeep. Huizinga denkt er net zo over. (…)
De Maradija is naar huis gegaan, we zullen hem om een uur of vier, half vijf kunnen vinden. Intussen eerst maar eten. Dan ga ik even lopen en Huizinga gaat schrijven. (…)
Ik ga Huizinga halen, die zo graag op jacht wil. We zullen naar de Maradija gaan om hem voor Huizinga vergunning te vragen om op zijn privé jachtterrein – het eiland Mamoedjoe voor de kust – te mogen jagen. Amin heeft al een prauw met roeiers klaar en alles is al geregeld, maar voor de vorm vragen we toch eerst. De Maradija is opgetogen. Ja, natuurlijk mag het. Uitstekend! En hij begint ook met jachtverhalen. Eerst moet die Toewan ook thee drinken en cake eten en Huizinga zit op naalden. Wil zo graag weg naar zijn herten aan de overkant. Eindelijk lukt het en hij vertrekt. Ik blijf met de Maradija in palaver over de copra en de broekjes enzo. En als ik laat in de passanggrahan kom, om half acht ongeveer, is Huizinga er ook al weer. Geen bok, geen hert, maar wat een tocht! Wat een pracht! Er komt een leuk artikeltje over, van de kleine jongen uit Leiden die droomde over mooie eilanden waar hij heen wou gaan, over allerlei van jacht, en die dat nu hier gevonden heeft. Een leuk stukje.
Terwijl we nog aan tafel zitten komen alweer mensen om met me te spreken over allerlei problemen. We gaan daarmee door tot een uur of half tien en toen nog even naar de Maradija. Huizinga kan niet meer, hij gaat naar bed.
Bij de Maradija bedankt voor het genoegen dat hij aan Huizinga heeft gegeven. Hij schaterlacht als hij hoort dat Huizinga wel herten heeft gezien en op één geschoten maar hem niet kreeg omdat hij feitelijk van tevoren wist dat ‘ie te ver weg was. Maar de mensen die mee waren gegaan om hem te weg te wijzen waren zo nerveus en opgewonden, dat hij het zelf ook werd en dus maar schoot zonder kans. Prachtig, ja dat gaat zo.
Vrijdag 17 mei
Vandaag weer terug naar Madjene. Op verschillende punten even aangegaan en een en ander besproken. Prettig het gezelschap van Huizinga die in alles belang stelt en met wie je over verschillende dingen kunt praten waar veel andere mensen geen interesse voor hebben.
In Somba heeft de Maradija het eten klaar. Datgene wat mij steeds opviel, valt ook Huizinga op. Zoveel hele mooie oude dingen zijn er in dit huis en daarnaast zoveel lelijke nieuwe. Het staat later ook weer in een stukje, net als de bijna aandoenlijk aangevreten foto’s en platen van de koningin en van de prinses en prins. Huizinga zal erover naar de Prins schrijven, om aan deze Maradija nieuwe foto’s te zenden. Ben gloeiend benieuwd of het wat wordt. Zo’n geste kan inderdaad van veel belang zijn. De prachtige antieke sirih-doos van zilver, met een dunne goudlaag op enkele stukken, de gouden kris en de gouden pijp worden allemaal ernstig bekeken en de sirih-doos laat Huizinga niet met rust. Die wil geloof ik boeken schrijven om zoveel geld bij elkaar te krijgen dat hij zich ook zo’n doos kan aanmeten. Ik hou me bij bescheidenere dingen. Nadat we onze zaken hebben bepraat en hebben gegeten gaan we door. (…)
In Madjene gaat Huizinga weer schrijven en ik weer op zoek naar mijn mensen. De Chinese wijkmeester komt dan bij me praten en om half acht als hij weggaat (hij kwam toen ik in mijn ondergoed stond om te gaan baden en zo zijn we toen maar gaan zitten praten) om half acht dus als hij weggaat staat Maurenbrecher er al. Die praat dan met Huizinga over jacht en over deze streek. Ik baden. Daarna nog even gezeten en dan eten. Een luxemaal, de mandoer heeft zich uitgesloofd voor mijn bezoek [Maurenbrecher] dat zo hoog is, de baas van alles hier. Na het heten, als we eerst nog wat algemeen hebben gepraat, beginnen wij weer aan de copra en Huizinga gaat naar bed. Tot twintig voor twaalf praten we, dan kan het niet langer. Om twaalf uur gaat het licht uit. Maurenbrecher naar huis en ook ik naar bed.
Zaterdag 18 mei
Komen dan op Mapili. Hier zullen we vannacht blijven. Vandaag hoeven we dan niet al te veel meer te doen. Elf uur is het nu. Als Huizinga hier nu blijft om te schrijven, en wij verder gaan, dan kunnen we misschien om een uur of drie, half vier, terug zijn en eten. Zo doen we. (…)
Dan naar Mapili. Huizinga had honger gekregen, dacht dat we nooit terugkwamen, en had maar gegeten. Wij ook eten, en toen was het bijna half vijf. Ik ben even wat gaan liggen rusten. Dan kleden, even bij de Assistent Wedono gekeken en wat gepraat. Dan weer eten en een eindje gewandeld. Er is weer feest, nu een wayang-voorstelling bij een huisje vlak aan de grote weg. Een gezellige drukte van warongs en babbelende en wandelende mensen. Ik ga er eens kijken met Huizinga en ik blijf zitten praten met de mensen over de moeilijkheden om aan textiel te komen, de noodzaak dat de prijzen omlaag gaan en zo meer. De wayang gaat heel kalm, traag, rustig zijn gang. Een enkele maal is er wat enthousiasme onder het publiek als een held zijn belager verslaat, maar het is vrij eentonig. En als we ons de mooie grote gamelans van Java herinneren, dan is dit maar een armoedige vertoning. Maar de mensen amuseren zich best en ons wordt weer thee, gebak en vruchten aangeboden en wij antwoorden met sigaretten. We maken het niet erg laat. Morgenvroeg zullen we om zes uur afrijden om met de lunch in Makassar te zijn.
Zondag 19 mei
Inderdaad om zes uur vertrokken. Vlot doorgereden, nergens stilgehouden, bij de pont ging alles ook vrij vlot en om kwart voor twaalf waren we in Maros. Even aangemeerd bij de Van Bloms, Controleur daar, die ik leerde kennen en die ook een vriend van Huizinga is. Een kop koffie gedronken wat gepraat en verder. We waren voor de lunch in Makassar. Lekker gegeten – rijsttafel – wat voor ons na al deze dagen van ’s morgens, ’s middags en ’s avonds rijst geen afwisseling is. Daarna kalm mijn bed opgezocht en een middagslaap gehouden.
Maandag 20 mei
Huizinga gaat nu maar alleen vooruit naar Ambon, hoopt dat ik hem daar in zal halen om dan samen verder te gaan, anders denkt hij erover hier weer terug te komen en zullen we verdere plannen maken voor elders.
Vrijdag 31 mei
Op kantoor weer wat rondgehangen, niet veel te doen en geen kans nog om weg te komen. Er moet een marine-korvet zijn op Ambon en we zullen trachten dat in de kuif te pikken voor een tournee, of het lukken zal? Dat ding is nu met een Amerikaan op stap die hier – naar onze mening – op economische spionage uit is. Hij doet de trip die ik had moeten maken, en die Klein ook moet doen. Het is zijn district en hij kan er niet inkomen omdat hij geen vervoersmiddel heeft, maar die Amerikaan die krijgt het vlot en Huizinga en verschillende anderen zijn ook mee op die trip, vertelt Klein. Au fond zijn Klein en ik het, die er moeten zijn voor de enigste producten die ervandaan komen; copra en bosproducten, gommen en harsen en rotan. Anders is er niet. Voor die anderen is het een mooie reis, men kan erover schrijven lijkt me. Meer dan over het dorre bestaan dat ik hier nu heb.